Productie

Planten

Het planten gebeurt in het voorjaar, vanaf het moment dat de bodemtemperatuur voldoende hoog is en het veld bereden kan worden met landbouwwerktuigen:

  • 1. Het veld wordt klaargemaakt voor het planten.
  • 2. Het plantmateriaal wordt aangevoerd op het veld.
  • 3. De planten worden op regelmatige afstand in de geul geplaatst.
  • 4. De bomen staan in mooie rechte lijnen geplant.
  • 5. De aarde wordt aangedrukt en licht opgeworpen tegen de onderstam.
  • 6. In de rij wordt de grond geëgaliseerd.

Enten

Enten gebeurt in de winter. Plakenten (ook Engelse ent of copuleren genoemd) wordt het meest toegepast.

  • 1. Ent en onderstam worden geschuind en gespleten.
  • 2. Ent en onderstam worden in elkaar geschoven. Om een goede vergroeiing te verkrijgen is het van belang dat ent en onderstam perfect aaneensluiten. Doorgaans worden onderstammen en enten gebruikt van gelijke dikte. Als de onderstam veel dikker is dan de ent dan kan men andere entmethodes gebruiken. De meest populaire is de driehoeksenting.
  • 3. De ent wordt ingeknipt op twee à drie ogen.
  • 4. De entplaats wordt met een plastiek lint dicht gebonden van boven naar onder (dakpansgewijs) om de instroom van water te voorkomen.
  • 5. De kop wordt in entwas gedompeld tegen uitdrogen.
  • 6. De enten worden in kisten gelegd en gaan tot aan het plantseizoen de koelruimte in.
  • 7. De enten worden uitgeplant in april - mei (het planttijdstip is sterk afhankelijk van de temperatuur).
  • 8. Na een volledige vergroeiing wordt het plastiek lint verwijderd. Meestal gebeurt dit in juni of juli. Bij gebruik van biologisch afbreekbare plastiek (medifilm) verdwijnt dit lint vanzelf.

Oculeren

Een leuk weetje, de naam Oculeren is afkomstig van het Latijnse woord ocules, wat oog betekend. Oculeren kan gebeuren van half juli tot half september. In deze periode is de cambiumactiviteit in de plant het hoogst. Een hoge cambiumactiviteit is noodzakelijk voor een goede vergroeiing. Het cambium bestaat uit cellen met een hoge delingsactiviteit. In een eerste fase van de vergroeiing zal er callus (wondweefsel) gevormd worden, vervolgens zullen de cellen zich differentiëren.

Belangrijke aandachtspunten bij het oculeren:

  • Enkel oculeren bij droog weer;
  • Knoppen van de ent moeten in rusttoestand zijn;
  • Onderstam moet actief zijn;
  • Bast moet goed loskomen;
  • Hoogte van het oog doorgaans tussen 10 en 20 cm. Hoe hoger men oculeert, hoe lager de te verwachten groeikracht.

Stappen:

  • 1. In de schors van de onderstam wordt een T-snede gemaakt.
  • 2. De T-snede wordt geopend.
  • 3. Het oog wordt gesneden.
  • 4. Het oog wordt in de snede onder de schors geplaatst.
  • 5. Het oog wordt dusdanig geplaatst dat de cambium optimaal contact maakt en dat de wonde goed dicht blijft.
  • 6. De wonde wordt dichtgebonden.
  • 7. De delen vergroeien en het bindmateriaal zal verduren.

Chipbudding

Deze methode wordt ook oogenten genoemd. Het belangrijkste voordeel van dit systeem is het hoger slagingspercentage dan oculeren.

Stappen:

  • 1. Oog word gesneden.
  • 2. In de onderstam wordt een snede van ongeveer 3 cm gemaakt.
  • 3. Onderaan deze snede wordt schuiner en dieper ingesneden.
  • 4. Het stukje bast met hout kan worden weggenomen.
  • 5. Het oog wordt in de wonde geschoven (het oog mag nooit groter zijn dan de wonde).
  • 6. Toebinden met tape.
  • 7. Na de vergroeiing wordt geknipt net boven de chip en wordt de tape verwijderd.

Stalen staven steken

Voor het ondersteunen van de fruitbomen zijn we overgeschakeld van bamboestokken naar stalen staven.

De voornaamste voordelen:

  • Staven gaan 5 maal langer mee dan de bamboestokken;
  • Alle staven zijn identiek;
  • Eenvoudiger in te brengen in de bodem en eenvoudiger te verwijderen;
  • Meer grip;
  • Staven staan steviger in de bodem, ze zijn minder onderhevig aan de wind;
  • De staven kunnen in extreme omstandigheden plooien;
  • Na stormweer gaan de staven zich zelf rechttrekken.

Het plaatsen van de staven gebeurt na het planten. Bij het plaatsen wordt er op gelet dat de staaf ZW georiënteerd is. Zo is er het minste schuurschade! De planten worden verschillende malen aangebonden met behulp van Max bindtangen. Voor het rooien worden de staven weer verwijderd.

Voor het plaatsen en het verwijderen van de stalen staven werd een transportband ontwikkeld waarbij 16 rijen tegelijk kunnen worden doorlopen.

Portaalspuit (Frema)

In onze fruitboomkwekerij gebruiken we twee portaal spuittoestellen. In hoofdzaak worden deze toestellen gebruikt voor:

  • Onkruidbestrijding;
  • Zijdelingse behandeling van de fruitbomen tegen parasieten en ziektes zoals bladvlooien, spint, roestmijt, meeldauw, enz...;
  • Doelgericht afdekken van wonden tegen schimmels zoals kanker e.d. ... Het afdekken gebeurt na elke poetsbeurt of bij elke andere handeling waarbij wonden aan de boom gemaakt worden.

De belangrijke troeven van dit toestel:

  • Planten worden niet beschadigd;
  • Bij onkruidbestrijding worden vier rijen in één maal bespoten, bij zijdelingse behandelingen worden acht rijen in één maal bespoten;
  • Goede stabiliteit van de spuitboom;
  • Minimale bodemdruk, ondanks een grote hoeveelheid spuitvloeistof;
  • Ideaal spuitbeeld;
  • Betere ergonomie voor onze arbeiders (chauffeurs);
  • Dankzij koolstoffilters is de lucht in de cabine zuiver. 

Toppen (Kopjes knippen)

Om een goede vertakking te bekomen moet de apicale dominantie van de eindknop doorbroken worden. In de kwekerij worden twee maatregelen genomen:

  • Bespuiting met hormonen Auxine en Gibbereline;
  • Handmatig toppen: De blaadjes worden net boven het groeipunt weggeknipt.

Rooien

Zodra het blad af is kunnen de bomen gerooid worden. Doorgaans is dit vanaf november. De laatste bomen worden in februari gerooid.

De gerooide bomen worden opgeslagen onder optimale condities in onze koelruimte. We beschikken over een moderne koelinstallatie van 6000 m² of 45000 m³. Dankzij het grote volume en de optimale bewaarcondities kunnen de planten van november tot juni uitgeleverd worden. De planten worden voor het laden nog preventief behandeld tegen schimmelziektes en infecties.